Contents :
Vragen B-VCA versie 1/2004 001 (wetgeving) (B.01.1) Waar vindt men de wetgeving betreffende veiligheid en gezondheid van werknemers terug a) in de sociale wetgeving b) in het ARAB en de Codex c) in het burgerlijk wetboek d) in het AREI 002 (wetgeving) (B.01.2) De welzijnswet: a) vervangt het ARAB en de Codex welzijn op het werk b) is de basiswet voor het ARAB en de Codex c) bevat de uitvoeringsbesluiten van de Codex d) zal vervangen worden door het ARAB 003 (wetgeving) (B.01.3) De CODEX een verzameling van wetteksten over veiligheid en gezondheid van werknemers is opgesteld door: a) de Vlaamse regering b) de federale (Belgische) regering c) de werkgever d) de eerste twee samen 004 (wetgeving) (B.01.4) De Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk: a) vervangt het ARAB b) is de basiswet voor het ARAB en de Codex c) verplicht de wetgever tot het consulteren van een arbeidsgeneesheer bij de aankoop van een nieuwe machine d) verbiedt de werkgever om te werken met gevaarlijke stoffen 005 (wetgeving) (B.01.5) De welzijnswet legt verplichtingen op aan: a) de werkgever niet de werknemer b) de werkgever en de werknemer c) alleen de werknemer d) alleen de werkgever 006 (wetgeving) (B.01.6) Wie moet de veiligheidswetgeving toepassen a) Alle werknemers b) Alle werkgevers c) Alle werkgevers en alle werknemers d) De personeelsleden van de preventiedienst 007 (wetgeving) (B.01.7) Het ARAB en de CODEX bevatten de volgende onderwerpen: a) scheepsvaart handel en luchtvaart b) offici le instanties c) veiligheid en gezondheid van de werknemers d) de antwoorden a b en c zijn juist 008 (wetgeving) (B.01.8) De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bevat regels op ondermeer de drie volgende gebieden: a) brandweerdiensten hygi ne en beroepsrisico's b) veiligheid gezondheid en intern milieu c) metaalconstructies elektriciteit en petrochemie d) loonschalen werktijden en vakantieregeling 009 (wetgeving) (B.01.9) Het ARAB en de CODEX beogen de arbeidsomstandigheden van de werknemers te bevorderen. Ze bevatten regels over de volgende gebieden: a) gevaarlijke stoffen en veiligheid thuis b) veiligheid gezondheid ergonomie arbeidshygi ne psychosociale belasting intern milieu c) openbare besturen en industrie d) het uitgeven van publicatiebladen 010 (wetgeving) (B.01.10) In het ARAB en de CODEX staan de volgende principes: a) de werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid niet de werknemer b) de werkgever en de werknemer zijn verantwoordelijk voor de veiligheid c) alleen de werknemer is verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkplek d) de dienst PBW is verantwoordelijk voor de veiligheid op het werk Vragenbatterij Basisveiligheid (B-VCA) VERSIE 1/2004 Departement Welzijn Onderwijs en Veiligheid Provinciaal Veiligheidsinstituut Jezusstraat 28 2000 Antwerpen T 03 203 42 00 F 03 203 42 50 www.provant.be/pvi V.U.: Danny Toelen Provinciegriffier Koningin Elisabethlei 22 2018 Antwerpen Vragenbatterij B-VCA 01 Versie 1/2004 011 (wetgeving) (B.01.11) Volgende betrokkenen hebben een rol te vervullen op het vlak van veiligheid en gezondheid en welzijn binnen een bedrijf: a) de werkgever en de hi rarchische lijn b) iedere werknemer afzonderlijk c) de dienst en het comit voor preventie en bescherming op het werk d) de antwoorden a b en c zijn juist 012 (wetgeving) (B.01.12) Het behoort tot de taken van de Dienst Preventie en Bescherming op het werk (de vroegere veiligheidsdienst) om: a) de nodige maatregelen te nemen inzake preventie en bescherming b) advies te geven over het afleveren van een milieuvergunning c) advies te geven over preventie en bescherming d) te beslissen over de aankoop van nieuwe machines 013 (wetgeving) (B.01.13) Het behoort tot de taken van de Dienst Preventie en Bescherming op het werk (de vroegere veiligheidsdienst) om: a) de nodige maatregelen te nemen inzake preventie en bescherming b) advies te geven over het afleveren van een milieuvergunning c) advies te geven over preventie en bescherming d) de Arbeidsinspecteurs te begeleiden bij hun inspectiebezoek 014 (wetgeving) (B.01.14) Het behoort tot de taken van de Dienst Preventie en Bescherming op het werk (de vroegere veiligheidsdienst) om: a) de werkgever de leden van de hi rarchische lijn en de werknemers bij te staan voor de toepassing van de bepalingen inzake het welzijn van de werknemers b) advies verlenen over de hygi ne op de arbeidsplaats c) advies te geven over de organisatie van de arbeidsplaats de werkpost de arbeidsmiddelen en de individuele uitrusting d) de antwoorden a b en c zijn juist 015 (wetgeving) (B.01.15) Welke taak heeft de dienst Preventie en Bescherming op het werk (de vroegere veiligheidsdienst) volgens de huidige wetgeving a) toezien op het naleven van de wettelijke bepalingen b) het verlenen van advies op het gebied van veiligheid gezondheid en welzijn c) het uitgeven van nieuwe wettelijke bepalingen d) de antwoorden a en b zijn juist 016 (wetgeving) (B.01.16) Een nieuwe werknemer moet volgens de wet: a) voorgesteld worden aan zijn collega's b) een rondleiding krijgen in het bedrijf c) een veiligheidsvoorlichting krijgen d) de antwoorden a b en c zijn juist 017 (wetgeving) (B.01.17) Wanneer mag de werknemer het werk onderbreken a) in geen enkel geval b) wanneer er een onmiddellijk en ernstig gevaar dreigt en indien de dienst voor Preventie & Bescherming onmiddellijk op de hoogte wordt gebracht c) wanneer hij geen zin heeft om verder te werken d) wanneer de collega's zeggen dat het werk mag onderbroken worden 018 (wetgeving) (B.01.18) Welke verplichting is wettelijk niet opgelegd aan de werknemer a) zorg dragen voor eigen veiligheid en deze van collega's b) machines en installaties stilleggen die gevaar kunnen geven c) werkmiddelen en PBM correct gebruiken d) melden van gevaren en bijna ongevallen 019 (wetgeving) (B.01.19) De naleving van de wetten over veiligheid en gezondheid wordt gecontroleerd door: a) de VDAB b) Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk c) De politiediensten d) Het ARAB 020 (wetgeving) (B.01.20) De Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk heeft tot taak binnen bedrijven: a) de sociale documenten van de werkgever en de werknemers te controleren b) werknemers die de wetgeving overtreden te beboeten c) na te gaan of de veiligheids- en gezondheidswetgeving wordt toegepast d) de antwoorden a b en c zijn juist 021 (wetgeving) (B.01.21) De inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk zijn bevoegd om: a) veiligheidsaanwijzingen te geven b) preventie-eisen te stellen c) het werk stil te leggen d) de antwoorden a b en c zijn juist 022 (wetgeving) (B.01.22) Welke afdeling van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid Arbeid en Sociaal Overleg (het ministerie) staat in voor de controle van de wet i.v.m. veiligheid en gezondheid binnen bedrijven a) de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid b) de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk c) de Algemene Directie Individuele Arbeidsbetrekkingen d) de Politie 023 (wetgeving) (B.01.23) De milieuwetgeving is: a) overal in Belgi dezelfde b) verschillend voor Brussel Vlaanderen en Walloni c) een zaak van de nationale overheid d) geen van de 3 bovenstaande antwoorden is juist 024 (risico's en preventie) (B.02.1) Wat is een risico a) de kans dat een bepaald ongewenst gevolg/effect zich zal voordoen b) een gevaar dat onbekend is c) niet te bepalen omdat het onbekend is d) het aantal keer dat een ongewenst gevolg zich heeft voorgedaan 025 (risico's en preventie) (B.02.2) In het begrip risico wordt verstaan onder "de mate van waarschijnlijkheid": a) de omvang van de gevolgen b) de ongewenste gebeurtenis c) de grootte van de kans dat een bepaald ongewenst gebeuren (ongeval) zal optreden d) het effect op lange termijn (bijvoorbeeld beroepziekten) 026 (risico's en preventie) (B.02.3) Welke van de volgende handelingen is een onveilige handeling a) het "lenen" van n of meer stellingplanken van een bestaande stelling b) weigeren werkzaamheden uit te voeren vanwege de veiligheidsrisico's c) het kwetsen van je enkel tijdens het afstappen van een bordes d) struikelen over een losliggende tegel 027 (risico's en preventie) (B.02.4) Gebrekkig gereedschap gebruiken is: a) een onveilige handeling b) een onveilige situatie c) een geval van overmacht d) gebrek aan motivatie 028 (risico's en preventie) (B.02.5) Een 'geblokkeerde vluchtweg' is: a) een onveilige handeling b) een geval van overmacht c) een tijdelijk toelaatbare situatie d) een onveilige situatie 029 (risico's en preventie) (B.02.6) Slijpen zonder een veiligheidsbril te dragen is: a) een onveilige handeling b) een onveilige situatie c) een ongeval d) een wettelijke overtreding Vragenbatterij B-VCA 02 Versie 1/2004 030 (risico's en preventie) (B.02.7) Geef een voorbeeld van een onveilige handeling: a) het innemen van een onveilige positie (plaats) of onveilige houding b) iemand struikelt tijdens werkzaamheden door ongelijke bestrating en verzwikt een enkel c) de draaiende delen van een pomp zijn niet afgeschermd d) een balkon zonder randbeveiliging tegen vallen 031 (risico's en preventie) (B.02.8) Een loshangende isolatieplaat is : a) een onveilige handeling b) een onveilige situatie c) een geval van overmacht d) een samenloop van ongewenste omstandigheden 032 (risico's en preventie) (B.02.9) Een stellingbouwer heeft een hamer op zodanige wijze in zijn broekzak gestoken dat deze er kan uitvallen. Zijn helper draagt geen helm. In deze situatie is er sprake van : a) een ongeval b) een bijna-ongeval c) een risico d) een incident 033 (risico's en preventie) (B.02.10) Door de plaatsing van een afschermkap op een slijpmachine wordt het risico op persoonlijk letsel: a) verminderd door in te spelen op de kans dat de slijpschijf uiteenvliegt b) verminderd door in te spelen op de ernst van het letsel bij de werknemer indien de slijpschijf uiteenvliegt c) niet verminderd want de slijpschijf kan nog steeds uiteenvliegen d) vergroot omdat nu de afscherming kan stuk vliegen 034 (risico's en preventie) (B.02.11) Wat doe je in eerste instantie om risico's te bestrijden in toepassing van de algemene preventiebeginselen a) we zorgen voor collectieve beschermingsmiddelen b) we gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen c) men werkt niet zodat men geen risico hoeft te nemen d) gebruik maken van de afgesproken beheersmaatregelen 035 (risico's en preventie) (B.02.12) Om risico's te beperken bestaat de ideale oplossing uit: a) het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen b) het geven van instructies c) de risico's aan de bron uitschakelen d) het nemen van maatregelen om zware letsels te voorkomen 036 (risico's en preventie) (B.02.13) Bij het beheersen van risico's gaat de voorkeur in de eerste plaats uit naar: a) het aanbrengen van beveiligingen b) het aanbrengen van waarschuwingsborden c) het gebruik van gepaste persoonlijke beschermingsmiddelen d) het aantal werkuren verlagen 037 (risico's en preventie) (B.02.14) Wanneer een compressor te veel lawaai maakt is bij toepassing van de algemene preventieprincipes de beste oplossing: a) de compressor verder van de werkpost te plaatsen b) steeds gehoorbescherming te dragen c) de compressor met een geluidswerende isolatie in te kapselen d) de compressor enkel te gebruiken indien het echt niet anders kan 038 (ongevallen) (B.03.1) Wat is een ongeval a) iets dat ongewild gebeurt en niet te voorkomen is b) iets dat ongewild gebeurt en het gevolg is van een technisch defect c) iets dat ongewild gebeurt doordat iemand iets onveiligs doet met schade en/of kwetsuren tot gevolg d) een ongewilde gebeurtenis als gevolg van een onveilige handeling of een onveilige situatie en met letsel en/of schade tot gevolg 039 (ongevallen) (B.03.2) Een stellingbuis valt en treft iemand op het hoofd. Hoe noemen wij zo'n voorval a) een beroepsziekte b) een beroepsrisico c) een mogelijk gevaar d) een ongeval 040 (ongevallen) (B.03.3) Een bijna-ongeval: a) is een ongewilde gebeurtenis veroorzaakt door een onveilige handeling / onveilige situatie met schade of letsel tot gevolg b) is een plots optredende gebeurtenis die nauwelijks gevolgen heeft maar onder iets gewijzigde omstandigheden had kunnen leiden tot letsel en/of schade c) is een risico d) heeft geen nut het te onderzoeken 041 (ongevallen) (B.03.4) Een stellingwerker stoot per ongeluk een baksteen naar beneden die rakelings naast zijn collega op de begane grond terechtkomt. Dit voorval noemen we een: a) ongeval b) bijna-ongeval c) beroepsrisico d) een aanvaardbaar risico 042 (ongevallen) (B.03.5) Welke persoonlijke factoren kunnen een achterliggende oorzaak zijn van een ongeval: a) hard en snel werken b) onvoldoende kennis ervaring en motivatie c) vaak te laat op het werk verschijnen d) werkkleding dragen 043 (ongevallen) (B.03.6) Ongevallen worden veroorzaakt door : a) technische factoren b) menselijke factoren c) omgevingsfactoren d) een combinatie van a b en c 044 (ongevallen) (B.03.7) Ongevallen gebeuren : a) als gevolg van onveilige handelingen en / of situaties b) omdat ze uniek zijn : elk geval is anders ongevallen hebben bijna nooit dezelfde oorzaak c) omdat uit bijna-ongevallen meestal geen lessen te trekken zijn om ongevallen te voorkomen d) bij toeval 045 (ongevallen) (B.03.8) 80% van de ongevallen worden veroorzaakt door: a) de techniek b) menselijke handelingen c) de organisatie d) de werkplek 046 (ongevallen) (B.03.9) Een ongeval is praktisch altijd het gevolg van: a) meerdere oorzaken b) louter toeval c) n oorzaak d) gebrek aan motivatie 047 (ongevallen) (B.03.10) Een groot deel van de ongevallen wordt toegeschreven aan: a) de falende techniek b) falende menselijke handelingen c) overmacht d) omgevingsfactoren 048 (ongevallen) (B.03.11) Ongevallen op het werk worden veroorzaakt door: a) de techniek (bijvoorbeeld : een defect aan machines) b) de menselijke handelingen (bijvoorbeeld : niet gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen) c) omgevingsfactoren (bijvoorbeeld : slechte verlichting) d) de antwoorden a b en c zijn juist 049 (ongevallen) (B.03.12) Ongevallen kan men best vermijden door in de eerste plaats : a) werknemers aangepaste persoonlijke beschermingsmiddelen te bezorgen b) gevaren af te schermen c) onveilige handelingen en onveilige situaties te voorkomen d) te vertrouwen op de ervaring van collega's Vragenbatterij B-VCA 03 Versie 1/2004 050 (ongevallen) (B.03.13) De preventie van ongevallen bestaat vooral uit: a) het herkennen van risico's en het nemen van de gepaste preventiemaatregelen b) het beperken van de gevolgen van letsels en schade c) het verminderen van de gevolgen van brand en explosie d) de antwoorden a b en c zijn juist 051 (ongevallen) (B.03.14) Welke factor die een rol speelt bij arbeidsongevallen is het moeilijkst om aan te passen of te be nvloeden a) machines b) het gedrag van de werknemers c) werkprocedures d) de werkomgeving 052 (ongevallen) (B.03.15) Risicobeperkende maatregelen kan men treffen ten aanzien van : a) de menselijke aspecten b) de techniek c) de omgeving d) de antwoorden a b en c zijn juist 053 (ongevallen) (B.03.16) Risico's kan men beperken door maatregelen op het vlak van: a) de inrichting van de werkpost b) de gebruikte technieken en machines c) de arbeidsomgeving d) de antwoorden a b en c zijn juist 054 (ongevallen) (B.03.17) Als werknemer dient u een ongeval dat u overkomt direct door te geven aan: a) de medische dienst b) uw directe chef c) de arbeidsinspectie d) de antwoorden a b en c zijn juist 055 (ongevallen) (B.03.18) Welke ongevallen moeten gemeld worden aan de werkgever a) enkel ongevallen met lichamelijk letsel b) geen enkel schadegeval moet gemeld worden c) enkel ongevallen met materi le schade d) alle ongevallen. 056 (ongevallen) (B.03.19) Gebeurtenissen die volgens de preventiebeginselen moeten worden gemeld aan de chef of de dienst voor preventie en bescherming op het werk (veiligheidsdienst) zijn : a) ongevallen b) bijna-ongevallen c) incidenten d) de antwoorden a b en c zijn juist 057 (procedures en werkvergunningen) (B.05.1) Een werkvergunning is een document: a) dat het overleg moet bevorderen tussen iedereen die met het werk te maken heeft. b) waarin de voorwaarden hoe gewerkt moet worden vastgelegd zijn c) dat toestemming verleent dat met het werk begonnen mag worden d) de antwoorden a b en c zijn juist 058 (procedures en werkvergunningen) (B.05.2) Een werkvergunning is een document: a) dat verplicht wordt in de wetgeving b) dat aangeeft welke maatregelen dienen genomen te worden om het werk te mogen uitvoeren c) dat deel uitmaakt van de milieuvergunning d) waar op staat welke werken dienen te worden uit gevoerd 059 (procedures en werkvergunningen) (B.05.3) Welke gegevens moeten zeker op een werkvergunning vermeld worden a) de naam van de bedrijfsleider b) de naam van de preventieadviseur c) de risico's en de preventiemaatregelen eigen aan het uit te voeren werk d) de namen van de mensen die in de omgeving werkzaamheden uitvoeren 060 (procedures en werkvergunningen) (B.05.4) Een werkvergunning is een document: a) met een onbeperkte geldigheidsduur b) dat toelating verleent om diverse werken uit te voeren c) dat een omschrijving geeft van de veiligheidsvoorschriften die vooraf en tijdens de werken dienen te worden genomen d) de antwoorden b en c zijn juist 061 (procedures en werkvergunningen) (B.05.5) Waarvoor dient een werkvergunning a) om in orde te zijn met de sociale zekerheid b) om verzekerd te zijn tegen arbeidsongevallen c) om de risico's te beperken bij risicovolle werken d) om binnen te mogen bij de opdrachtgever 062 (procedures en werkvergunningen) (B.05.6) Werkvergunningen worden opgesteld voor het uitvoeren van: a) werkzaamheden die risico's inhouden b) gewone dagelijkse werkzaamheden c) werkzaamheden met jongeren jonger dan 18 jaar d) werkzaamheden tijdens de winterperiode 063 (procedures en werkvergunningen) (B.05.7) Welke informatie moet zeker vermeld staan op een werkvergunning a) de gegevens van de arbeidsongevallenverzekeraar b) het telefoonnummer van de Arbeidsinspectie c) de risico's en de preventiemaatregelen die genomen moeten worden d) de namen van de mensen die zich in de omgeving van de werkzaamheden bevinden 064 (procedures en werkvergunningen) (B.05.8) Welke uitspraak is juist a) er bestaat maar 1 soort vergunning voor alle werken b) een vergunning betekent dat alle gevaren uitgeschakeld zijn c) de ontvanger van de werkvergunning moet alle voorwaarden die in de vergunning zijn opgenomen naleven d) een vergunning blijft geldig ook in het geval dat men voor het uitvoeren van de werkzaamheden meer tijd nodig heeft dan voorzien 065 (procedures en werkvergunningen) (B.05.9) Een werkvergunning houdt verplichtingen in voor: a) de opdrachtgever b) de uitvoerder van het werk (werknemer of bedrijf) c) de betrokken werknemers d) de antwoorden a b en c zijn juist 066 (procedures en werkvergunningen) (B.05.10) De werkvergunning geldt: a) een week b) een maand c) onbeperkt d) voor de vermelde werktijd 067 (procedures en werkvergunningen) (B.05.11) Een werkvergunning is in het algemeen opgelegd door: a) de wetgever b) de verzekeraar c) de opdrachtgever d) de preventiedienst 068 (procedures en werkvergunningen) (B.05.12) De maatregelen vermeld op een werkvergunning: a) moeten altijd nageleefd worden b) zijn een richtlijn voor de gebruiker c) worden opgelegd door de uitvoerder van het werk d) worden gebruikt om de uitvoerders erop te wijzen dat ze zeer voorzichtig moeten werken 069 (procedures en werkvergunningen) (B.05.13) Wanneer een werkvergunning wordt gegeven aan de uitvoerders betekent dit dat het werk: a) mag uitgevoerd worden b) mag uitgevoerd worden als aan alle voorwaarden vermeld op de werkvergunning voldaan is c) niet gevaarlijk is d) niet gevaarlijk is voor de gezondheid 070 (procedures en werkvergunningen) (B.05.14) Welke van de opgesomde vergunningen is geen werkvergunning a) de milieuvergunning b) de graafvergunning c) de vergunning voor het werken aan leidingen d) de koudwerkvergunning Vragenbatterij B-VCA 04 Versie 1/2004 071 (procedures en werkvergunningen) (B.05.15) Welke van de volgende vergunningen is geen werkvergunning a) een koudwerkvergunning b) een vergunning om een stelling te betreden na controle c) een lozingsvergunning d) een vuurvergunning 072 (procedures en werkvergunningen) (B.05.16) Een vuurvergunning is een document: a) dat weergeeft welke de brandgevaarlijke werken zijn b) dat de veiligheidsvoorschriften voor het werken met open vlam weergeeft c) dat de te nemen maatregelen beschrijft in geval van brand bij dat werk d) de antwoorden a b en c zijn juist 073 (procedures en werkvergunningen) (B.05.17) Voor het betreden van een besloten ruimte: a) bestaan geen bijzondere werkvergunningen b) verlenen de meeste opdrachtgevers een specifieke werkvergunning c) wordt enkel een werkvergunning verleend wanneer de uitvoerder daarom vraagt d) is een werkvergunning wettelijk verplicht 074 (procedures en werkvergunningen) (B.05.18) Wat is een koudwerkvergunning a) een vergunning voor werken in de koude b) een vergunning voor werken waarbij geen potenti le ontstekingsbronnen komen kijken c) is een vergunning waar er soms potenti le ontstekingsbronnen komen kijken d) een vergunning voor werken in extreme omstandigheden 075 (procedures en werkvergunningen) (B.05.19) Welke vergunning hoort niet thuis in het systeem van werkvergunningen a) de vuurvergunning b) de graafvergunning c) de milieuvergunning d) een vergunning voor het betreden van een besloten ruimte 076 (procedures en werkvergunningen) (B.05.20) Een "warm"- of "heet" -werkvergunning (meestal "vuurvergunning" genoemd) wordt gebruikt: a) om de uitvoerders te wijzen op het risico dat ze zich kunnen verbranden aan warme uitrusting b) om de uitvoerders erop te wijzen dat onderdelen van de installatie waaraan ze werken behoorlijk heet kunnen zijn c) voor werken waarbij potenti le ontstekingsbronnen kunnen ontstaan d) om de infrastructuur (gebouwen) te beveiligen 077 (gevaarlijke producten) (B.07.1) Gevaarlijke producten kunnen in het lichaam opgenomen worden: a) via de huid en slijmvliezen b) via de spijsvertering c) via de ademhaling d) de antwoorden a b en c zijn juist 078 (gevaarlijke producten) (B.07.2) Een giftige stof kan op de volgende manieren in het lichaam opgenomen worden: a) via de spijsvertering (mond) en de huid b) via de ademhaling c) via de spijsvertering ademhaling de huid en open wonden d) via open wonden 079 (gevaarlijke producten) (B.07.3) Welke is in het werkmilieu de meest voorkomende weg waarlangs een oplosmiddel het lichaam binnendringt a) langs de ademhaling b) langs de spijsvertering c) via open wonden d) via de huid 080 (gevaarlijke producten) (B.07.4) Welke factoren hebben een invloed op de inname van een chemische stof door het lichaam a) de aard en concentratie van de stof b) de lichamelijke inspanning c) de duur van de blootstelling (contact) d) de antwoorden a b en c zijn juist 081 (gevaarlijke producten) (B.07.5) Bij gebruik van een giftig product is het verboden te roken: a) omwille van brandgevaar b) om te vermijden dat het product langs de spijsvertering het lichaam binnendringt c) omdat de tabak de effecten van het product nog kan verhogen d) de antwoorden b en c zijn juist 082 (gevaarlijke producten) (B.07.6) Een bepaald gevaarlijk product brengt een acuut effect teweeg. Dit betekent dat het effect: a) onmiddellijk duidelijk wordt b) pas duidelijk wordt na een langdurige blootstelling aan een lage dosis c) duidelijk wordt na drie dagen d) geen van de vorige antwoorden is juist 083 (gevaarlijke producten) (B.07.7) Een schadelijk product: a) kan chronisch inwerken b) kan acuut inwerken c) kan zowel acuut als chronisch inwerken op de gezondheid d) heeft geen effect op het de gezondheid wel op het milieu 084 (gevaarlijke producten) (B.07.8) Wanneer prikkeling van de slijmvliezen optreedt bij blootstelling aan gassen of dampen dan spreekt men van: a) chronisch effect b) overgevoeligheid c) systeemwerking d) acuut effect 085 (gevaarlijke producten) (B.07.9) Een vergiftiging die ontstaat door langdurige blootstelling aan een relatief kleine hoeveelheid en vaak slechts na enkele jaren zichtbaar wordt noemt men: a) een acute vergiftiging b) een chronische vergiftiging c) kanker d) de antwoorden a b en c zijn juist 086 (gevaarlijke producten) (B.07.10) Een chronische vergiftiging treedt op: a) onmiddellijk na inname van een kleine hoeveelheid van een gevaarlijke stof b) onmiddellijk na inname van een grote hoeveelheid van een gevaarlijke stof c) na langdurige en herhaaldelijke blootstelling aan een niet giftige stof d) na langdurige en herhaaldelijke blootstelling aan een giftige stof 087 (gevaarlijke producten) (B.07.11) Met chronische effecten te wijten aan de inwerking van schadelijke stoffen op het lichaam bedoelt men effecten: a) die plots optreden b) die pas na verloop van tijd optreden c) die zelden of nooit optreden d) die langdurig en onherstelbaar zijn 088 (gevaarlijke producten) (B.07.12) De grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling: a) is het vermogen van een product om schade te berokkenen aan het lichaam b) is de maximale concentratie van een chemische stof (gemeten in de ademzone van de werknemer) waarboven geen enkele werknemer mag worden blootgesteld c) is de hoeveelheid gevaarlijk product die over een bepaalde tijd in het organisme wordt opgenomen d) de hoeveelheid gevaarlijk product aanwezig op de arbeidsplaats 089 (gevaarlijke producten) (B.07.13) De korte tijdsgrenswaarde van een chemische stof: a) is de grenswaarde van de concentratie van een chemische stof die nooit mag worden overschreden b) is de grenswaarde voor een blootstelling van 8 uur gedurende 5 dagen per week. c) is de grenswaarde voor kortstondige blootstelling d) geen van de vorige antwoorden is juist Vragenbatterij B-VCA 05 Versie 1/2004
- Rating :
- Surf Anonymously!
- File Type : .pdf
- Length : 24 pages
- File Size: 160.6 kb
- Virus Tested : No
- Verified : 2013-03-29
- Source: www.veiligheidopbedrijventerreinen.nl
INFO HASH : 9c60b7fb6c5fe0ae89711b72bb854264eaadb8d8
blog comments powered by Disqus

Download now