File Info : Asymmetrische afstanden in optimaliteitstheorie
Contents :
Asymmetrische afstanden in Optimaliteitstheorie Dicky Gilbers & Petra Hendriks1 1. Introductie Is het een wiskundige misvatting dat de afstand tussen A en B gelijk is aan de afstand tussen B en A Elke Groninger weet dat de afstand Groningen-Amsterdam voor Groningers korter is dan de afstand Amsterdam-Groningen voor Amsterdammers. Ook in de taalkunde blijken afstanden asymmetrisch te kunnen zijn. Bijvoorbeeld de afstand tussen het Zweeds en het Deens. Denen en Zweden kunnen in hun eigen taal met elkaar communiceren maar een Deen verstaat een Zweed beter dan een Zweed een Deen (Gooskens 2006 Moberg Gooskens Nerbonne & Vaillette 2006). Aan de hand van de lettergreepstructuren van verschillende talen zullen we in dit artikel laten zien wat voor consequenties asymmetrie in taal heeft voor taalverwerving in het algemeen en voor leeralgoritmes binnen de optimaliteitstheorie van Prince en Smolensky (1993) (verder OT) in het bijzonder. Allereerst zullen we in paragraaf 2 illustreren hoe verschillen tussen talen in OT gemodelleerd worden als verschillende rangschikkingen van dezelfde verzameling van universele constraints. Daarna bespreken we in paragraaf 3 de twee meest bekende leeralgoritmes binnen OT en laten we zien dat deze twee leeralgoritmes verschillende voorspellingen doen met betrekking tot het leren van een tweede taal op basis van een eerste taal. Het leeralgoritme van Tesar en Smolensky (1998) is asymmetrisch en staat daardoor toe dat de afstand tussen taal A en taal B verschilt van de afstand tussen taal B en taal A. Gebruikmakend van deze asymmetrie doen we in paragraaf 4 voorspellingen over de relatieve leerbaarheid van lettergreepstructuren in het Nederlands Hawaiiaans en Berber beginnend vanuit een van deze talen en eindigend bij een andere. In paragraaf 5 presenteren we ondersteuning voor onze hypothese van asymmetrische afstanden tussen talen op basis van de hierboven genoemde mogelijkheid dat de onderlinge verstaanbaarheid van twee talen asymmetrisch kan zijn. Paragraaf 6 bespreekt uitgaande van deze asymmetrische afstand tussen talen hoe het leren van een tweede taal bespoedigd zou kunnen worden. In paragraaf 7 tenslotte keren we terug naar bovengenoemd verschil in afstand tussen Amsterdam en Groningen maar dan vanuit taalkundig perspectief. 2. Mogelijke talen Een taaltheorie met een zeer breed domein van toepassing is OT. OT wordt niet meer alleen toegepast binnen het domein van de fonologie waarin het oorspronkelijk werd ge ntroduceerd (Prince & Smolensky 1993) maar ook binnen de syntaxis semantiek en pragmatiek. Binnen deze domeinen doet OT voorspellingen over de structuur verwerving en verwerking van verschillende aspecten van taal. De voorspellende kracht van OT zit in de mogelijke rangschikkingen van universele constraints.2 Om een voorbeeld te geven: elke taal combineert de klinkers en medeklinkers die samen de klankeninventaris van de taal vormen tot lettergrepen maar niet elke taal doet dat op dezelfde wijze. OT stelt vast wat universele constraints zijn die de vorm van lettergrepen bepalen. Als we die constraints in alle mogelijke rangschikkingen weergeven moeten ze de mogelijke en onmogelijke lettergreepstructuren in de talen van de wereld beschrijven. De constraints zijn dus universeel maar de rangschikkingen geven de variatiemogelijkheden tussen talen aan. Talen als het Nederlands en het Engels kennen clusters van medeklinkers binnen een lettergreep: streep split darts. Daarnaast hebben deze talen ook lettergreepstructuren waarin een vocaal hoogstens door n medeklinker voorafgegaan wordt: papa zo mee. Deze laatste combinaties van medeklinker gevolgd door klinker komen in alle talen van de wereld voor en zijn daarom het minst gemarkeerd. Er bestaan talen die ongemarkeerde kenmerken hebben en geen gemarkeerde maar er bestaan geen talen die gemarkeerde kenmerken hebben maar geen ongemarkeerde. Er bestaat dus geen taal die wel woorden als stroop heeft en geen woorden als papa. De relevante universele OT-constraint wordt daarom als volgt geformuleerd: NoComplex: medeklinkerclusters zijn niet toegestaan. Dat het Nederlands en het Engels toch clusters kennen komt doordat in deze talen NoComplex relatief laag gerangschikt is en dus eerder geschonden kan worden. In het Hawaiiaans komen clusters van medeklinkers niet voor: kanaka man wahine vrouw alapine vaak . NoComplex is in deze taal een hoog gerangschikte constraint. Verder eindigen in het Hawaiiaans alle lettergrepen op een klinker: NoCoda: medeklinkers zijn verboden aan het eind van een lettergreep. De werking van deze constraints is te illustreren aan de hand van leenwoorden uit het Engels in het Hawaiiaans: weleweka uit Engels velvet fluweel en palaoa uit Engels flour meel (Archangeli 1997).3 Betekent dit nu dat het Hawaiiaans een makkelijkere taal is dan het Nederlands Ja en nee. De lettergreepstructuur is minder complex en het lijkt er daarom op dat voor een N
- Rating :
- Surf Anonymously!
- File Type : .pdf
- Length : 18 pages
- File Size: 129.5 kb
- Virus Tested : No
- Verified : 2012-05-13
- Source: odur.let.rug.nl
INFO HASH : d128e1829688b5ac0a9b4c1d03c3ec6f85d5a7c9
blog comments powered by Disqus

Download now