Contents :
R ECENSIES wijze het uitkammen van registers van vrijwillige rechtspraak met de onze overeenstemt'. I nderdaad heeft Ketner in zijn bekende boek Handel en Scheepvaart van Amsterdam in de vijftiende eeuw (1946) 202-209 een lijst van schippersnamen aan het bovengenoemde inbrengregister ontleend maar hun vermelding berust op het voorschrift dat de vermogens van onmondige wezen in dit register van het met toezicht op de voogden der wezen belaste college de Weeskamer moesten worden opgetekend ter voorkoming van verduistering van vermogensbestanddelen door hun voogden. Van vrijwillige rechtspraak is dus geen sprake en bovendien zijn de vermelde schippers wanneer ze in het register zijn o pgenomen al overleden in tegenstelling met de door Asaert vermelde schippers. D e genoemde bezwaren beletten intussen niet te constateren dat het boek van Asaert een publicatie van groot belang is voor de kennis van de economische geschiedenis in de vijftiende eeuw. Zijn onderzoek verdient te worden voortgezet ook voor Antwerpens ' gouden eeuw'. T. S. Jansma J an van Rompaey De Grote Raad van de hertogen van Bourgondi en het Parlement van Mechelen ( Verhandelingen van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen Letteren en Schone Kunsten van Belgi Klasse der Letteren XXXV 1973 nr. 73 Brussel 1973 xxxii + 576 blz. 15 p l .). Deze monumentale studie die berust op de soliedste documentaire basis die denkbaar is brengt nieuwe inzichten in de niet overduidelijke ontwikkeling van de Bourgondische centrale instellingen en zal met name voor wat het Parlement van Mechelen betreft v oortaan wel als fundamenteel gelden. Het was 'een gelukkig toeval' dat het boek is verschenen juist toen de oprichting v r 500 jaren van dit souvereine hof zou worden herdacht (zie BMGN L XXXIX (1974) 328 vlg.). Al aanstonds voert prof. Van Rompaey zijn lezers midden in een problematiek waarmee v ooral Belgische historici zich hebben beziggehouden. Op 6 augustus 1446 vaardigde Philips de Goede een ordonnantie uit die sinds L. P. G achard haar in 1871 ruimer bekendheid had verschaft lange tijd is beschouwd als de stichtingsakte van de hertogelijke Grote Raad: een college met zowel financi le en gerechtelijke als politieke en administratieve functie dat een nieuwe creatie was naast (F. B rabant 1878 J. Frederichs 1890) dan wel de georganiseerde voortzetting was van (A. G aillard 1896)1 de oude vormloze hofraad. Tevoren had men eeuwenlang de schepping van de Grote Raad geplaatst omstreeks 1454 op gezag van Philips Wielant ( 1520). Diens desbetreffende mededeling achtte men nu betrekking te hebben op een toekenning omschrijving of uitbreiding van de rechterlijke bevoegdheden van dit lichaam of ook (P. Fredericq 18752) op de toevoeging hieraan van een collaterale raad van justitie. Deze a mbulante collaterale raad c.q. de jurisdictionele sectie van de Grote Raad zou Karel de Stoute te Mechelen hebben gedomicilieerd onder de naam van Parlement. 1. F. Brabant 'Note sur le Grand Conseil de Philippe le Bon' Bulletin Commission Royale d'Histoire de l''Acad mie Royale de Belgique 4e serie V (1878) 145-160 J. Frederichs 'Le Grand Conseil ambulatoire des ducs de Bourgogne et des archiducs d'Autriche (1446-1504)' ibidem XVII (1890) 423-499 A. Gaillard 'L'origine du Grand Conseil et du Conseil Priv ' ibidem 5e serie VI (1896) 267-324. 2. P. Fredericq Essai sur le r le politique et social des ducs de Bourgogne dans les Pays-Bas (Gent 1875). 300 R ECENSIES In 1900 werd de discussie samengevat en het pleit naar het leek beslecht in het Brusselse proefschrift van Eug ne Lameere3 wiens opvattingen in grote lijnen door Pirenne overgenomen tientallen jaren lang zouden domineren. Aan de passage bij Wielant was volgens Lameere (en nu ook volgens Van Rompaey) geen overdreven belang te hechten. Ook van de ordonnantie van 1446 mocht de betekenis niet worden overschat: zij beoogde niet de instelling van een nieuw regeringscollege maar een hervorming en vergroting van de wel degelijk al lang georganiseerde hofraad die nu wegens deze personeelsuitbreiding vaker dan tevoren 'Grote Raad' werd genoemd. Deze de hertog vergezellende raad bleef voorlopig in beginsel het enige centrale bestuursorgaan. Zijn bevoegdheid was ook als van ouds drieledig of liever universeel. Wel was er een zekere taakverdeling onder zijn leden naar gelang van hun competentie met name in financi le en rechtszaken maar de Grote Raad of hij zich nu manifesteerde als regeringsraad dan wel als gerechtshof (zoals na 1446 en vooral na 1468 steeds meer het geval was) bleef n lichaam. In het laatst van 1473 legde Karel de Stoute dan de Grote Raad in zijn rechterlijke verschijningsvorm als souverein Parlement te Mechelen vast terwijl 'le grand conseil proprement dit' de hertog bleef volgen. Reeds in 1909 heeft Andreas Walther enige principi le kritiek op Lameere geuit: 'Ihm ist die Verschiebung des Namens 'Grand Conseil'
- Rating :
- Search Skype/AIM!
- File Type : .pdf
- Length : 5 pages
- File Size: 67 kb
- Virus Tested : No
- Verified : 2012-04-03
- Source: www.knhg.nl
INFO HASH : 4e5afcf8d1fd64fcc9e1b84582aa94af2e6ff42b
blog comments powered by Disqus

Download now