Contents :
RECENSIES kelijke resistentie tegen de aanvallen van de moderne tijd. Toch zijn er tal van aanwijzingen aldus R mer dat de mogelijkheden tot individuele sociale stijging die de moderne maatschappij biedt leiden tot een herinrichting der sociale gelaagdheid die minder aan somatische kenmerken verbonden is dan tot nog toe. De opstand van 1969 - waaraan Romer belangwekkende analyses wijdt - lijkt in dezen als een katalysator te fungeren. Feitelijk het enige bezwaar dat de historicus tegen deze sociologische studie zou kunnen inbrengen is de beknoptheid ervan. Die beknoptheid dient weliswaar de overzichtelijkheid maar doet ook wel eens vraagtekens plaatsen bij beweringen die in de buurt van beweringen tout court komen dan wel door haar intrigerend karakter om uitbreiding vragen. Zo blijf ik om slechts enkele punten te noemen de beoordeling van het optreden der katholieke kerk in sociale conflicten wat apodictisch vinden en de rol van de Shell-directie (tot in de eilandraad vertegenwoordigd) een beetje omzeild. Gerechtvaardigd zou ik ook een breder behandeling achten van de benauwende zijden van het mono-cultuur-karakter van de Cura aose economie en het merkwaardig verschijnsel van het opdringen van sociale wetgeving door de gouverneur haast tegen de wil van de politieke elite van het eiland in een staaltje 'ethische politiek' waarvan men graag de praktische uitwerking geadstrueerd zou willen zien. G.J. Schutte J. van den Berg en J.P. van Dooren ed. Pietismus und Reveil (Kerkhistorische Bijdragen VII Leiden: E.J. Brill 1978 viii + 388 blz. 96 - ISBN 90 04057641). Deze bundel bevat 'Referafe der internationalen Tagung: Der Pietismus in den Niederlanden und seine internationalen Beziehungen Zeist 18.-22.Juni 1974'. De voertaal van het congres was Duits en daarin zijn ook alle bijdragen op twee na geschreven. Het congres ging vooral over het pi tisme. Opstellen over de periode van het R veil vullen nog geen kwart van het boek. Niet alles is ook voor niet-theologen van belang en begrijpelijk. Bovendien vallen sommige referaten buiten het specifieke grondgebied van de BMGN. Dat laatste is het geval bij twee zeer goede en zeer grote bijdragen. Martin Schmidt uit Heidelberg gaf een compleet overzicht van het onderzoek van het pi tisme met telkens een korte karakteristiek van de onderzoekers en hun werkstukken. G.F. Nuttall uit Londen behandelde het verband tussen 'Continental Pietism and the Evangelical Movement in Britain'. Bij hen komt Nederland slechts even ter sprake. Twee andere bijdragen compenseren dat. J. van den Berg beschreef 'Die pluralistische Gestalt des kirchlichen Lebens in den Niederlanden 1574-1974' waarna S. van der Linde zich speciaal bezighield met 'Der reformierte Pietismus in den Niederlanden'. Door in zijn titel het woord 'Pietismus' nogmaals tussen aanhalingstekens te plaatsen liet Van der Linde al zien dat hier problemen liggen en dat het begrip 'nadere reformatie' ook aandacht verdient. Een omvangrijk werkstuk leverde J. Wallmann met een studie over de invloed van het labadisme op het lutherse pi tisme. Op kleinere thema's richtten zich J.P. Boendermaker (Kerklied) W. van 't Spijker (Bucer) A. de Groot (Voetius' opvatting van pietas) H. Faulenbach (Coccejus' anthropologie) C.C.G. Visser (mystiek Lutheranisme in Nederland) F.R. J. Knetsch (Poiret contra Jurieu) R. Mohr (Nederlandse figuren in de 'Historie der Wiedergebohrnen' van J.H.Reitz) H.Weigelt (Urlsperger) en R. Breymayer (Oetingers emblematische theologie). De bijdrage van Visser stelt de lutherse predikant Breckling te Zwolle centraal omdat hij aan de pi tistische kerkhistoricus Arnold allerlei aanvullingen stuurde over vrome vaderlandse lutheranen met name over een 84 RECENSIES groepje mystici dat van offici le kant weinig gewaardeerd werd. Ook het stuk van Mohr noemt allerlei Nederlanders die in Reitz' boek zijn opgenomen waaronder Gichtel Hi l en Coccejus. Met de R veiltijd komen de onderwerpen op meer praktisch terrein. Ook hier gaat het merendeel van de opstellen over een enkele persoon dat is het geval bij de studies van I.H. Enklaar (de zendeling Van der Kemp) P.N.Holtrop (brieven van U.Ph. van Verschuer zogezegd de tweede mevrouw Kohlbr gge) van P.L.Schram (Wichern en Heldring) en J.Veenhof ('Die Apostelstrasse' bestaande uit een aantal bemande zendingsposten tussen Ethiopi en Palestina). Daartussen staan twee bredere thema's. H.R. Boudin behandelde 'Einige Aspekte des Reveils in Belgien'. Hij kwam echter niet aanzetten met de te verwachten hofprediker van Willem I Merle d'Aubign maar met figuren uit de voorgeschiedenis. De Nederlandse predikant Goedkoop heeft van 1815 tot zijn dood in 1852 haast ononderbroken in Belgi geijverd voor de organisatie van de kleine groepjes protestanten. Een graag gebruikt middel om kernen te vormen was de bijbelverspreiding. Daarvoor kwam ook hulp uit Engeland. Jersey vormde een springplank voor activiteit in het Franstalige deel van
- Rating :
- Surf Anonymously!
- File Type : .pdf
- Length : 2 pages
- File Size: 30.4 kb
- Virus Tested : No
- Verified : 2012-04-02
- Source: www.knhg.nl
INFO HASH : 0713de8589bc27bad197eab445c99eeb960d28c2
blog comments powered by Disqus

Download now