Contents :
R ECENSIES H. van den Berg P. Fortuyn en T. Jaspers De ontwikkeling van het stakingsrecht in Nederland (SUN Schrift 129 Nijmegen: Socialistische Uitgeverij Nijmegen 1978 454 blz. 29 - ISBN 90 6168 129 4). De plaats van het stakingsrecht in de Nederlandse rechtsorde wordt schijnbaar gemarkeerd door twee ministeri le uitspraken. In 1872 zegt minister Jolles in de Tweede Kamer bij gelegenheid van de opheffing van het coalitieverbod: 'Intusschen is het niet twijfelachtig dat de werkstaking op zich zelve ofschoon soms in strijd met een contract nimmer is een onrechtmatige daad in den zin van het burgerlijk regt veel minder dus een misdrijf volgens goede begrippen van strafregt'. Bij gelegenheid van de indiening van de ratificatiewet voor het Europees Sociaal Handvest van 1961 - Nederland loopt niet altijd vooraan in het nakomen van zijn Europese verplichtingen! - stelt minister De Ruiter in 1978 'Dat er geen twijfel over bestaat dat het stakingsrecht in Nederland is erkend' (geciteerd 14 en 256). Intussen was wel het een en ander gebeurd. Maar eerst iets over het boek. De auteurs gaan ervan uit dat in ons land in 1872 m t de opheffing van het coalitieverbod het stakingsrecht werd erkend althans stakingsvrijheid bestond. Waarom de wetgever toen tot die 'vrijheid' besloot is een vraag die de schrijvers niet aan de orde stellen. Zij citeren minister Jolles uit de tweede hand. Gegeven dit mijns inziens betwistbare uitgangspunt - ik hoop daarop elders uitvoeriger te kunnen ingaan valt er over de 'oude tijd van stakingsvrijheid' allicht niet veel te melden: de idylle werd slechts verstoord door de 'worgwetten' van Kuyper (1903). Van een ontwikkeling van het stakingsrecht is dus in de periode 1872 tot 1940 geen sprake. Hoe komt dat De auteurs bekommeren zich er niet om. Ze vertellen nog even gauw 'De periode '40-'45 vormt uiteraard een apart hoofdstuk in de geschiedenis van het stakingsrecht' maar ze kunnen in het gestelde kader geen uitputtende behandeling geven van de 'ontwikkeling'. Na negen bladzijden zijn ze al waar ze wezen willen: in 1945. Aan de titel van het boek dient dus te worden toegevoegd 'sinds 1945'. Wat betreft de behandelde periode is er sterke continu teit met het artikel van Van den Berg en Fortuyn in Te Elfder Ure (XII 1973). De auteurs zijn geen (rechts-)historici maar respectievelijk socioloog en bestuurswetenschapper. De jurist Jaspers is het 'schrijverskollectieP komen versterken - had hij zijn mede-auteurs niet op het adagium 'tres faciunt collegium' behoren te wijzen Het resultaat is een stukje eigentijdse geschiedschrijving in de meest Groningse zin van het woord. In de visie van de auteurs is 1958 een cruciaal jaar. Toen immers gaf de Hoge Raad in een arrest naar aanleiding van de zogenaamde Panhonlibco-solidariteits-staking als zijn mening dat staking en het aanzetten daartoe in principe onrechtmatig is. Deze ingreep van de rechterlijke macht - die v r de Tweede Wereldoorlog het niet als zijn taak wenste te zien uit te maken of een staking al dan niet onrechtmatig was - achtten de schrijvers niet ten onrechte een culminatie in de na-oorlogse sociaal-politieke ontwikkeling. Die zien zij immers gekenmerkt door een ideologie van harmonieuze solidaire wederopbouw waarin geen staking paste. De vakbeweging stond onder enorme druk - alleen de EVC probeerde daaraan te ontkomen de auteurs verwijzen niet naar de monografie van Cooman e.a. uit 1976 de regering paste een geleide loonpolitiek toe en de rechterlijke macht begon zich in te laten met de beoordeling van stakingen en uitsluitingen. De rechters probeerden criteria te ontwikkelen: 'doel en middelenafweging' en regels te stellen: staking als 'ultimum remedium'. Het zogenaamde Panhonlibco-arrest markeert tevens een nieuwe fase in het streven van de vakbeweging naar erkenning van de stakingsvrijheid in de vorm van een stakingsrecht (welke zo gemakkelijk door de interpreterende rechter leek te kunnen worden opgedoekt). 412 RECENSIES Ook op het wetgevende vlak werden initiatieven ontplooid want het leek erop dat het stakingsrecht wettelijk omschreven en vastgelegd moest worden. Een nieuw hoofdstuk wetsgeschiedenis begon dat heden nog niet is afgesloten. De auteurs behandelen het wel'en wee ervan uitvoerig en laten de vele facetten van dit moeilijke probleem zien. Daartussendoor speelt dan nog het vraagstuk van het stakingsrecht der ambtenaren waarover de discussie al heel moeilijk wordt als een vakbondsman nu staatsraad in 1953 schrijft: 'De Overheid blijft ook als werkgeefster Overheid. En de Overheid is bekleed met een gezag dat niet van mensen afkomstig is' (geciteerd 55 vergelijk 109). Veel aandacht besteden de schrijvers aan de fluctuaties in de jurisprudentie sinds 1958. In 1972 stelt het Amsterdamse hof de Panhonlibco-formule op zijn kop (159): het uitroepen van een staking is niet onrechtmatig tenzij... De voorbereiding van de wetgeving op het stakingsrecht lijkt in een nieuwe fase t
- Rating :
- Get Online Jobs!
- File Type : .pdf
- Length : 3 pages
- File Size: 43.3 kb
- Virus Tested : No
- Verified : 2012-04-02
- Source: www.knhg.nl
INFO HASH : c3538d66af7e3e36b360f605d6fd257d5862fcdd
blog comments powered by Disqus

Download now